|
Het rhönrad is een speciaal toestel binnen de gymnastieksport. Een rhönrad bestaat uit twee hoepels met elkaar verbonden d.m.v. 6 spreidstangen. Rhönradturnen is leuk om te doen. Het is voor de toeschouwer mooi om naar te kijken. Het tempo ligt niet zo hoog als dat bij turnen.
Geschiedenis van het rhönrad
Het rhönrad komt oorspronkelijk uit Duitsland. In het gebied de Rhön woonde een smid, Otto Feick. Deze maakte het eerste rhönrad als speelgoed voor zijn kleinkinderen. In 1925 werd het rad als eerst als turntoestel gebruikt. Daarvoor werd het veel gebruikt in Engeland om piloten mee te trainen. Het eerste rhönrad in Nederland werd door de sportpedagoog Rein Bloem gebruikt voor sportopleidingen op het CALO in Arnhem. Ook werd het rhönrad gebruikt op het blinden instituut Bartiméus in Zeist als hulpmiddel voor oriëntatie in de ruimte voor de visueel gehandicapten. Het rhönradturnen was eerst ondergebracht bij het KNCGV, in 1990 nam Peter de Jong het initiatief om de verenigingen onder te brengen in een bond. In 2000 zijn alle verenigingen gefuseerd in een bond, de KNGU (Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie). Er zijn in Nederland z'n 17 verenigingen die bezig zijn met het rhönradturnen. En er komen er nog steeds bij.
Rhönradturnen voor de recreant
Het tempo van nieuwe oefeningen aanleren ligt lager dan bij het wedstrijdrhonradturnen. Ook is het niet noodzakelijk dat alle oefeningen beheerst worden om oefeningen van een hoger niveau te leren.
Wedstrijdturnen met het rhönrad
Het tempo van trainen ligt hoger. Er wordt gewerkt volgens de internationaal bekende niveau-indeling.
Trainingen
De trainingen vinden plaats in de dubbele gymzaal van het Jan van Egmond College onder leiding van Jeroen de Bruijn.
Rhönradturnen als demonstratie-sport
Rhönradturnen is prachtig om te zien. Veel variatie is mogelijk met een rad. Zo is het turnen alleen, tweetal of meertallen, springen, spiralen of in groep mogeliijk.

|